Naoorlogs compact

Het stedelijk  naoorlogs compact woonmilieu is gebouwd in de jaren 50 en 60 en bestaat overwegend uit portiekflats en appartementen. De woningnood na de oorlog leidde tot een hoge productiesnelheid en daarmee tot een eenvormig woonmilieu. Het gaat daarmee om grote aantallen en is een belangrijke transformatie opgave die speelt in veel (middel)grote steden.
 
Kenmerken

Het stedelijk naoorlogs compact woonmilieu kenmerkt zich door een groot aandeel  meergezinswoningen met weinig werkgelegenheid en voorzieningen. Deze uitbreidingswijk liggen op afstand van de binnenstad, wat het lastiger maakt om een centrum stedelijk woonmilieu te creëren. De relatie tussen bebouwing en de openbare ruimte ontbreekt vaak, zeker in de wederopbouwwijken is het idee van functiescheiding duidelijk waarneembaar.

  •  > 27.500 huishoudens per kern
  • 51 woningen / ha
  • 11 winkels / 1.000 huishoudens

Transformatieopgave
Er is een groot overschot aan naoorlogse milieus. In hoofdlijnen zijn er twee transformatierichtingen: verdichting naar centrum stedelijk en verdunning naar naoorlogs grondgebonden. De eerste transformatie is lastig door de ligging en het ontbreken van functiemenging, maar interessant omdat er een groot gebrek is aan centrumstedelijke milieus.  De voorbeelden laten zien dat het op het schaalniveau van het ensemble mogelijk is een ander woonmilieu te introduceren.

De transformatie naar grondgebonden is eenvoudiger, maar de verdunning past niet in iedere regio. Met name in de regio Amsterdam is de noodzaak om juist meer woningen binnenstedelijk te realiseren groot. Voor beide transformaties geldt dat identiteit een belangrijk onderdeel is van de opgave.  Elementen die hierbij spelen zijn het maken van buurten ( schaalverkleining), adressen en straten, het toevoegen of concentreren van voorzieningen. De voorbeeldprojecten zitten in centrum stedelijk, stedelijk compact nieuwe stijl en stedelijk naoorlogs.